De edities 2016-2017 van de compendia zijn te verkrijgen in het kader van een abonnement of separaat in de e-shop van WOLTERS KLUWER waar u alle gegevens vindt en de inhoudsopgave kunt raadplegen.
Klik hier om het Sociaal Compendium Arbeidsrecht te bestellen.
Klik hier om het Sociaal Compendium Socialezekerheidsrecht te bestellen.

  Le Compendium Social - Droit du travail existe également en
version française. Cliquez ici pour plus d'informations.

Onderstaande tekst uit het Sociaal Compendium sluit aan bij nr. 51-52 - 2017 van SoCompact, het e-zine van het advocatenkantoor Van Eeckhoutte, Taquet & Clesse, dat de actualia van het sociaal recht spits duidt.

disclaimer

 

 

 



Opleidingsverplichtingen werkgevers verder uitgewerkt 

 

Sociaal Compendium Arbeidsrecht - Corpus – Vorming van de werknemer

 

Hoofdstuk V. Interprofessionele opleidingsdoelstelling

 

2989

Artikel 9 t.e.m. 21 Wet Werkbaar en Wendbaar Werk (W)

 

2990 Interprofessionele opleidingsdoelstelling (art. 11 W)

Met ingang van 1 januari 2017 geldt een interprofessionele opleidingsdoelstelling van gemiddeld 5 dagen opleiding per voltijds equivalent per jaar. De 5-dagen doelstelling moet echter niet onmiddellijk gehaald worden. Vanaf 1 januari 2017 moet wel al worden voorzien in gemiddeld 2 dagen opleiding per jaar per werknemer. Daarnaast moet worden voorzien in een groeipad waarin het aantal opleidingsdagen wordt verhoogd om de 5-dagen doelstelling te realiseren.

Deze interprofessionele opleidingsdoelstelling is ingesteld door de Wet Werkbaar en Wendbaar Werk. Zij komt in de plaats van de interprofessionele opleidingsdoelstelling van 1,9 % van de loonmassa die was bepaald in artikel 30 van de wet van 23 december 2005 betreffende het Generatiepact (zie Sociaal Compendium Socialezekerheidsrecht 2017-2018, nr. 805).

 

2991 In aanmerking komende opleidingsinspanningen (art. 9 en 15 W)

Een KB zal bepalen:

-   welke inspanningen voor opleiding en welke opleidingen voor het vaststellen van aandeel van de loonmassa dat aan opleiding werd besteed, worden meegeteld;

Daarbij worden minstens de formele en de informele opleidingen meegeteld.

Onder formele opleidingen wordt verstaan: door lesgevers of sprekers ontwikkelde cursussen en stages. Deze opleidingen worden gekenmerkt door een hoge graad van organisatie van de opleider of opleidingsinstelling. Ze gaan door op een plaats die duidelijk van de werkplek gescheiden is. Ze richten zich tot een groep cursisten en vaak wordt een attest verstrekt dat de opleiding gevolgd werd. De opleidingen kunnen ontwikkeld en beheerd worden door de onderneming zelf of door een extern organisme (art. 9 a) W).

Onder informele opleidingen wordt verstaan: de opleidingsactiviteiten, andere dan deze hierboven bedoeld die rechtstreeks betrekking hebben op het werk. Deze opleidingen worden gekenmerkt door een hoge graad van zelforganisatie door de individuele leerling of door een groep leerlingen met betrekking tot de tijd, de plaats en de inhoud, een inhoud die gekozen wordt volgens de individuele behoeften van de leerling op de werkplek, en met een rechtstreeks verband met het werk en de werkplek. Ook de deelname aan conferenties en beurzen voor leerdoeleinden valt daaronder (art. 9 b) W).

-  de wijze waarop de opleidingsinspanning, uitgedrukt in een percentage van de loonmassa, wordt omgezet in een gemiddeld aantal opleidingsdagen per voltijds equivalent.

 

Het opleidingsaanbod kan betrekking hebben op de materies van het welzijnsbeleid zoals bedoeld bij de Welzijnswet Werknemers (art. 17 W).

 

2992 Toepassingsgebied (art. 10 W)

De interprofessionele opleidingsdoelstelling is van toepassing op de werkgevers en de werknemers die onderworpen zijn aan de Cao-wet (zie nr. 109).

Voor de werkgevers die minimum 10 en minder dan 20 werknemers tewerkstellen, uitgedrukt in voltijdse equivalenten, kan bij KB een afwijkende regeling bepaald worden.

De werkgevers die minder dan 10 werknemers tewerkstellen zijn uitgesloten van het toepassingsgebied.

Het aantal tewerkgestelde werknemers wordt berekend in voltijdse equivalenten op basis van de gemiddelde tewerkstelling van het jaar voorafgaand aan de tweejaarlijkse periode die voor de eerste keer op 1 januari 2017 is begonnen.

 

2993 Realisatie van de opleidingsdoelstelling (art. 12 t.e.m. 14 W)

De concretisering van de interprofessionele opleidingsdoelstelling van gemiddeld 5 dagen kan op 3 manieren gebeuren:

-  hetzij door middel van een (nieuwe) cao gesloten in een paritair (sub)comité die algemeen verbindend is verklaard;

De cao moet voorzien in een opleidingsinspanning die minstens gelijkwaardig is aan een opleidingsinspanning van 2 dagen gemiddeld per jaar, per voltijds equivalent en ook in een groeipad waarbij wordt aangegeven in welke mate het aantal opleidingsdagen wordt verhoogd om de interprofessionele doelstelling van gemiddeld 5 opleidingsdagen per jaar per voltijds equivalent te bereiken.

-   hetzij door middel van een verlenging van een voor de periodes 2013-2014 en 2015-2016 geldende cao die is gesloten in een paritair (sub)comité en die algemeen verbindend is verklaard;

Die cao moet voorzien in een opleidingsinspanning die minstens gelijkwaardig is aan de bestaande opleidingsinspanning op het niveau van de betrokken bedrijfstak, uitgedrukt in dagen en ook in een groeipad waarbij wordt aangegeven in welke mate het aantal opleidingsdagen wordt verhoogd om de interprofessionele doelstelling van gemiddeld 5 opleidingsdagen per jaar per voltijds equivalent te bereiken.

De sectorale cao’s waarmee de interprofessionele opleidingsdoelstelling wordt geconcretiseerd (het betreft zowel de nieuwe cao’s als de cao’s die een bestaande cao verlengen), moeten een kader voor de praktische verwezenlijking van deze opleidingsinspanning en voor de realisatie van het groeipad bepalen. De cao’s moeten op de Directie van de griffie en de algemeen verbindend verklaring van de cao’s van de Algemene Directie Collectieve Arbeidsbetrekkingen van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg neergelegd worden, uiterlijk op 30 september van het eerste jaar van de tweejaarlijkse periode die voor de eerste keer op 1 januari 2017 begint of, op een andere, bij KB bepaalde datum.

In afwijking van de algemene regel moeten voor de periode 2017-2018 de cao’s uiterlijk op 30 november 2017 op de hiervoor vermelde Directie neergelegd worden.

-   hetzij door middel van het toekennen van opleidingsdagen op een individuele opleidingsrekening.

De individuele opleidingsrekening is een individuele rekening die het opleidingskrediet bevat waarover de werknemer beschikt. De minimale vermeldingen die in deze rekening moeten opgenomen worden en de wijze waarop deze rekening wordt georganiseerd en beheerd, zullen bij KB bepaald worden (art. 9 c) W).

De werkgever stelt de werknemer in kennis van zijn opleidingskrediet. Een KB zal de wijze waarop de werknemer in kennis wordt gesteld bepalen.

Het opleidingskrediet waarover de voltijdse werknemer die het ganse jaar in dienst is, beschikt op jaarbasis kan in ieder geval niet lager zijn dan het equivalent van 2 dagen. De individuele opleidingsrekening moet een groeipad voorzien waarin het aantal opleidingsdagen wordt verhoogd om de interprofessionele doelstelling van gemiddeld 5 opleidingsdagen per jaar per voltijds equivalent te bereiken. De werkgever stelt de werknemer in kennis van dit groeipad.

Het saldo van het niet-opgebruikte opleidingskrediet wordt op het einde van het jaar overgedragen naar het daaropvolgende jaar, zonder dat dit saldo in mindering mag gebracht worden van het opleidingskrediet van de werknemer in dat volgende jaar.

De modaliteiten volgens dewelke het opleidingskrediet wordt berekend voor de werknemer die niet voltijds werkt en/of wiens arbeidsovereenkomst niet het volledige kalenderjaar dekt, rekening houdend met de arbeidsovereenkomst van de werknemer, zullen bij KB bepaald worden.

 

2994 Suppletieve regeling wat het recht op opleiding betreft (art. 15 en 16 W)

Indien aan de werknemer geen opleidingsdagen of opleidingskrediet worden toegekend bij cao en de werknemer ook niet over een individuele opleidingsrekening beschikt, geldt er in de onderneming een recht op opleiding van gemiddeld 2 dagen per jaar, per voltijds equivalent, vanaf 1 januari 2017. Het aantal opleidingsdagen kan bij KB verhoogd worden vanaf 1 januari 2019.

De modaliteiten volgens dewelke het aantal opleidingsdagen wordt berekend voor de werknemer die niet voltijds werkt en/of wiens arbeidsovereenkomst niet het volledige kalenderjaar dekt, rekening houdend met de arbeidsovereenkomst van de werknemer, zullen bij KB bepaald worden.

De opleiding kan door de werknemer gevolgd worden, hetzij binnen zijn gewone werktijden, hetzij buiten zijn gewone werktijden. Wanneer de opleiding buiten de gewone werktijden wordt gevolgd, geven de uren die daarmee overeenkomen recht op de betaling van het normale loon, zonder evenwel aanleiding te geven tot de betaling van een eventueel overloon.

 

2995 Sociale balans (art. 17 W)

De werkgever legt rekenschap af van de wijze waarop hij zijn verplichting is nagekomen door het invullen van de sociale balans.